Communie

By Jet, 11 June, 2018

Iedereen kijkt er al jaren naar uit: het feest der feesten, gekleed als een Kleine Kapitein of Mini-bruid met kado’s overladen worden… Maar dan heb jij ongelovige ouders, wat een pech.

Tot je door een vriendinnetje tóch uitgenodigd wordt op haar feest, een onvoorstelbare eer. Je aller-allermooiste jurk komt uit de kast, een nieuwe panty.

Ook Sil oogt als een heuse bruid, alleen dan diapositief; ze is geheel in het zwart, op de zilveren vredestekens in haar oren na. Prachtig is ze en zó blij.

Moeders wat minder. Moeders heeft geen mooie jurk, laat staan zo’n betoverende glimlach. Hoort ze bij het feest te blijven? Is het onbeleefd als ze weer gaat?

Moeders ben ik en ik besluit me  toch voor de gelegenheid te kleden, je weet nooit hoe het loopt. Driftig een lap op een broek; gaten kunnen natuurlijk niet naar een feest. Mooi bloesje aan, haren in de knot, een gek – maar heel net – tasje; de dames zijn er klaar voor.

We rijden erheen met onze ouwe bus, langzaam, want volgens mij zijn we te vroeg, Hollanders dat we blijven. Sil is stil en kijkt gespannen voor zich uit. Er staan al veel auto’s, gelukkig.
Net als ik de bus op een achteraf veldje heb gemanouvreerd, arriveert Gods jonge bruid. Ze is wonderschoon. Ook moeder is een plaatje.
Ik voel de verse lap op mijn bil gloeien… en weet dat ik niet pas.
Dat weten beide moeders. Resoluut wordt duidelijkheid geschapen: ‘Sil, zeg even gedag tegen je moeder!´ zegt ze terwijl de meiden elkaar in de armen vliegen.  `Hoe laat kom je haar weer halen?’

Zonder het ‘nette’ tasje ook maar uit de bus te hebben hoeven halen rij ik weer terug. Opluchting lag in de lijn der verwachting, maar is niet wat ik voel. ‘T is meer een soort alleenzaamheid.

Het is ook nooit goed.